Introductie
Dit is het vijftiende Downtime jaarverslag van de Lineaire versnellers
van het UMCU. De Downtime van de versnellers wordt geregistreerd om
een indruk te krijgen van de prestatie van de toestellen, zowel per
maand als over de totale levensduur van het toestel. Ook kunnen
de prestaties van de toestellen onderling worden vergeleken.
De verkregen Downtime gegevens zijn minder geschikt om de prestatie
van de toestellen tussen verschillende radiotherapie afdelingen te
vergelijken. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: 1 Er worden
verschillende definities voor Downtime gebruikt en het is meestal niet
duidelijk welke. 2 De betrouwbaarheid van de downtime gegevens is
evenredig met de nauwkeurigheid van de registratie (administratie).
Deze nauwkeurigheid is niet altijd gegarandeerd.
In het algemeen worden er twee definities voor Downtime gebruikt. Gezien vanuit de patiënt is het van belang dat deze elke dag zonder veel vertraging wordt behandeld. Vanuit dit standpunt is het niet van belang of dit ook gebeurt op het toestel waarop de patiënt in eerste instantie gepland stond. Wanneer een versneller defect raakt en de patiënt op een ander toestel kan worden behandeld geldt dit niet als downtime. Het is echter ook interesant om een indruk te hebben over de technische prestatie van de toestellen. Heeft het ene toestel meer last van storingen of worden deze misschien door een specifiek onderdeel veroorzaakt? (bijvoorbeeld de MLC.)
Een discussiepunt is of onderhoud aan de toestellen moet worden gezien als Downtime. Het toestel is immers niet beschikbaar voor patiëntenbehandeling. Hier staat tegenover dat het bij de aanschaf van een lineaire versneller bekend is dat er regelmatig onderhoud aan het toestel moet worden gedaan om een veilig en storingsvrij gebruik te garanderen.
Administratie:
Voor het verkrijgen van de Downtime gegevens wordt intensief gebruik
gemaakt van de Debugterminal (Het Debug programma geschreven door
Niels de Graaff, is gratis beschikbaar op de internet pagina van de
afdeling:
http://www.radiotherapie.nl/linaceng/index.html.)
Alle
fouten die de computer van de versnellers aangeeft worden automatisch
door de Debugterminal geregistreerd. Ook kunnen handmatig gegevens aan
de debugfile worden toegevoegd bijvoorbeeld na het verhelpen van een
storing. Elke maand worden de opgeslagen gegevens geïnventariseerd,
en kan de downtime worden berekend.
Definitie:
De Downtime definitie die in het UMC wordt gebruikt is: Downtime is de
tijd waarin een toestel niet voor patiënten behandeling kan worden
gebruikt veroorzaakt door elektrische of mechanische storingen of
dosimetrische problemen, tijdens normale klinische werkuren.
Dit houdt in dat onderhoud overdag en reparaties s'avonds of in het
weekend niet tot Downtime worden gerekend.
| Downtime van de zes lineaire versnellers
De gemiddelde downtime over 15 jaar is 2.4 %
Apparatuur:
|
Downtime per maand in 2003
| 2002 | U1 | U2 | U3 | U4 | U5 | U6 | |
| Januari | 0.9 % | 0.2 % | 0.7 % | 4.8 % | 0.3 % | 1.3 % | |
| Februari | 1.3 % | 0.4 % | 1.4 % | 1.1 % | 0.0 % | 0.5 % | |
| Maart | 1.7 % | 4.4 % | 1.2 % | 1.5 % | 0.3 % | 0.5 % | |
| April | 0.8 % | 0.0 % | 1.5 % | 1.1 % | 0.6 % | 0.6 % | |
| Mei | 0.4 % | 0.5 % | 0.3 % | 0.2 % | 0.3 % | 0.1 % | |
| Juni | 4.2 % | 0.2 % | 1.6 % | 0.2 % | 1.4 % | 0.4 % | |
| Juli | 0.7 % | 1.8 % | 1.3 % | 0.6 % | 5.6 % | 9.0 % | |
| Augustus | 0.2 % | 0.6 % | 0.8 % | 0.2 % | 0.3 % | 8.7 % | |
| September | 13.7 % | 0.0 % | 0.6 % | 0.0 % | 1.5 % | 7.0 % | |
| Oktober | 0.4 % | 7.3 % | 0.5 % | 0.1 % | 1.0 % | 1.8 % | |
| November | 0.7 % | 4.1 % | 1.4 % | 1.8 % | 3.4 % | 1.6 % | |
| December | 0.4 % | 0.2 % | 4.7 % | 1.2 % | 0.8 % | 1.3 % | |
| Gemiddeld | 2.1 % | 1.7 % | 1.3 % | 1.1 % | 1.3 % | 2.7 % |
conclusie
De gemiddelde downtime in 2003 wijkt nauwelijks af van de downtime in
2002. Het is echter niet zo dat de downtime per toestel in beide
jaren gelijk is. De U6 bijvoorbeeld scoorde in 2002 zeer goed. In
2003 is dit toestel verschillende malen down geweest i.v.m. vacuum
problemen. Een reparatie is uitgevoerd met onderdelen van de oude U1.
Hiermee kon extra downtime i.v.m. transporttijd worden voorkomen.
Ook is hiermee een aanzienlijke kostenbesparing
gerealiseerd.
De U4 die in 2002 nog een vrij hoge downtime had scoorde in 2003 vrij
goed. Het is echter niet mogelijk om hiervoor een duidelijke oorzaak
aan te geven.
Medio 2003 is op de U2 begonnen met de Beta test van release 5.
(Nieuwe LCS en nieuwe software.) Deze test verliep naar verwachting.
In september zijn de U1, U2 en de U3 overgegaan naar de klinische
release 5. Voor de U1 verliep dit helaas niet zonder problemen. Na
enkele dagen stil gestaan te hebben is uiteindelijk een nieuwe LCS
geplaatst.
In November is de MLC van de U3 geupgrade. Er zijn nieuwe motoren en
motor stuurprinten geplaatst. De technische staat van de U3 is nu
gelijk aan die van de U1 en de U2. In verband met de nieuwbouw wordt
er in bouwdeel Q gewerkt aan een nieuw waterkoelsysteem. Dit komt
precies op tijd. De waterkoeler van de U5 moest namelijk in november
buiten gebruik worden gesteld i.v.m. een lekkage in de condensor.
Een ernstig gaslek legde ook de koeler van de U6 een dag plat. Het
degelijke ontwerp van het waterkleppen paneel (Niels de Graaff) stond
garant voor de continuiteit van de
behandelingen.
In november bleek maar weer eens hoe gevoelig de afdeling is voor het
uitvallen van de centrale server. Een spanningsuitval in de
serverruimte zorgde er voor dat alle toestellen een uur stil lagen.
Er is reeds een reserve server in de modulator kamer van de U5
geplaatst. Een verbetering van de bedrijfszekerheid wordt hiermee
gegarandeerd.
Het gebruik van de megavolt imagers ``iv
ew GT'' veroorzaakte niet
direct downtime maar vroeg wel veel aandacht. De panels die, wanneer
ze goed functioneren, plaatjes van een bijna diagnostische kwaliteit
leveren hebben vaak kuren en op dit moment nog een veel te korte
levensduur.
In november is de reeds twee jaar oude samenwerkings overeenkomst met
Elekta geevalueerd. Over 2004 zijn er afspraken gemaakt over het
uitvoeren van Safety Checks door Elekta. Een onafhankelijke,
additieve controle op de veiligheid van de linacs leidt tot een
maximaal haalbare veiligheid voor de patiënt en de
gebruiker.
Jan Kok 2010-03-05